Ondanks sterke punten zijn er duidelijke beperkingen en compromissen. Allereerst is de resolutie Full HD (1920x1080) op 24 inch prima, maar wie gewend is aan 1440p of wilt profiteren van extra schermruimte voor content-creatie of multitasking zal beperkt zijn in details en werkruimte. Daarnaast betekent het gebruik van MPRT voor de 1 ms-reactietijd vaak dat de monitor backlight-strobing of specifieke overdrive-modi gebruikt; dat kan bij sommige gebruikers leiden tot merkbare flikkering of veranderingen in helderheid, en het effect is niet altijd ideaal voor langere werksessies.
Ghosting en inverse ghosting kunnen optreden afhankelijk van de gekozen overdrive-instelling en het type game. In scherp geschetste, snelle scènes kan je soms een zweem of halo achter bewegende objecten zien, en het vereist wat experimenteren met instellingen om een goede balans te vinden tussen minimale motion blur en het voorkomen van overshoot. Verder is de ergonomie van de standaard vaak basaal: verwacht in veel gevallen alleen kantel-adjustment en geen breed scala aan hoogte- of draai-opties, wat betekent dat je mogelijk een monitorarm of VESA-montage wilt gebruiken voor optimale kijkpositie.
Tot slot is de HDMI-implementatie (v1.4) een beperking: om echt stabiel 165 Hz op 1080p te halen is DisplayPort 1.2 de betrouwbaardere keuze. Voor console-gamers, afhankelijk van de console, zijn de hogere verversingsfrequenties sowieso minder relevant en biedt deze monitor dan minder toegevoegde waarde. Kortom, wie maximale beeldkwaliteit, uitgebreide ergonomie of hogere resoluties wil, zal bij dit model tegen grenzen aanlopen.